TCP/IP bettekent in het engels Transmission Control Protocol/Internet Protocol
Het is namelijk een
verzamelnaam voor een boel netwerkprotocollen voor netwerkcommunicatie.
Het Internet is bijvoorbeeld een
TCP/IP-netwerk.
Bron: AVG.com
UDP staat voor User Datagram Protocol.
Het is een protocol die als alternatief kan worden gebruikt voor
TCP/IP.
UDP wordt vaak gebruikt bij VoIP en videovergaderingen.
Bron: goto.com
IPv4 staat Internet Protocol versie 4.
Het is de standaardadresindeling waarin alle systeen kunnen
communiseren met elkaar.
Bron: aVG.com
IPv6 staat Internet Protocol versie 6.
Het wordt gebruikt om de verbinnding van apparaten met het
internet te ondersteunen.
IPv6 is dan ook de opvolger van IPv4.
Bron: one.com
IP betekent Internet Protocol.
IP-adressen zijn in essentie de identificatiemethode die ervoor zorgen
dat informatie tussen verschillende apparaten verzonden kan worden in een netwerk.
Bron:
kaspersky.nl
Een subnetmask is een binair getal wat gebruikt wordt om een separatie te makken tussen IP-adressen.
Bron: wikipedia.org
Een gateway is netwerkput dat dient als doorgang naar een ander netwerk .
Bron:
wikipedia.org
Mac-adres betekent Media Access Control Adress.
Elk MAC-adres heeft een apart identificatienummer dat het
volgen t bij van een apparaat in een netwerk ondersteun.
Bron: huawei.com
Een firewall is een computernetwerkbeveiligingsysteem dat internetverkeer van een particulier netwerk
limiteerd.
Deze software werkt door pakketjes met informatie te blokkeren.
Bron: kaspersky.nl
DHCP betekent Dynamic Host Configuration Protocol.
Het zorgt ervooor dat een IP-adres automatisch wordt
toegekend aan een computer.
Bron: apple.com
DNS betekent Domain Name System.
Het maakt de koppeling tussen de domeinnaam en het het IP-adres.
Bron: ovhcloud.com
DDNS betekent Dynamic Domain Name System.
Dit is een service waarmee mensen kunnen koppelen aan de
draadloze Router
Bron: asus.com
Een netwerkpoort is een nummer dat wordt gegeven aan gegevens in een TCP/IP-protocol.
Dit nummer zorgt
ervoor dat het systeem kan bepalen welk programma de gegevens moet krijgen.
Bron: Wikipedia.org
OSI betekent Open Systems Interconnection.
Het OSI-model is een referentiemodel voor datacommunicatie.
Datacommunicatie is communicatie tussen computers
Bron: Wikipedia.org en Encyclo.nl
De applicatielaag is de 7e laag van het OSI-model.
Deze laag biedt protocolen aan waarmee informatie kan
worden verzonden en ontvangen, en laat het nuttige gegevens aan gebruikers zien.
Bron: Imperva.com
De presentatielaag is de 6e laag van het OSI-model.
Deze laag maakt gegens gereed voor de
applicatielaag.
TCP/IP-protocol.
Bron: Wikipedia.org en Imperva.com
De sessielaag is de 5e laag van het OSI-model.
Deze laag zorgt voor de toestandkoming, voor het
onderhoud en het beiëndigt een sessie tussen hosts.
TCP/IP-protocol.
Bron: Wikipedia.org
De transportlaag is de 4e laag van het OSI-model.
Deze laag dient als schakel voor de
toepassingorïenteerde en de transportgeoriénteerde lagen.
Bron: strato.nl
De netwerktlaag is de 3e laag van het OSI-model.
Deze laag zorgt ervoor dat data kan worden verzonden
tussen verschillende netwerken.
Bron: firewallshop.nl
De datalinklaag is de 2e laag van het OSI-model.
Deze laag zorgt voor de communicatie tussen
verschillende hardware binnen een netwerk.
Bron: firewallshop.nl
De fysiekelaag is de 1e laag van het OSI-model.
Deze laag zorgt ervoor dat de data wordt overgedragen
over het fysieke medium in een netwerkkanaal.
Bron: simplilearn.com
Een hub verbindt computers en randapparatuur met een netwerk.Door een hub kan een computer informatie sturen
naar andere apparaten.
Bron: seniorweb.nl
Een switch verbindt meerder apparaten zoals computers en randapparaturen aan één netwerk.
het is een
vervanger voor de hub.
Bron: seniorweb.nl
een netwerkbridge zorgt ervoor dat op de datalinklaag van het OSI-model verschillende netwerksegmenten met
elkaar verbinden.
Bron: wikipedia.org
een router is een gateway die informatie overbrengt tussen een of meer lokale netwerken (LAN's).
Bron: juniper.net
een netwerkcommando is een instructie aan een computerprogramma om een bepaalde taak uit te voeren.
Bron: wikipedia.org
Het netwerkcommando ipconfig (/all) geeft uitgebreide informatie over alle netwerkadapters op een computer.
Bron: internetkabel.com
Het netwerkcommando Ping wordt gebruikt om te kijken of je website en of webserver bereikbaar is.
Bron: combell.com
Het netwerkcommando tracert wordt gebruikt om het pad te volgen dat een Internet Protocol naar de besteeming
brengt.
Bron: support.microsofy.com
Het netwerkcommando nslookup wordt gebruikt om de naam van een computer te acterhalen aan de hand van het
IP-adres.
Bron: strato.nl
Het netwerkcommando netstat wordt gebruikt om een overzigt te krijgen van de actieve verbindingen met
daarbij ook het IP-adres en poortnummer van de ontvanger.
Bron: id.nl